Onderzoekserres: sterke staaltjes van techniek

wo, 07/14/2021 - 15:05
M8 Lyon

Heel wat wetenschappelijke instituten en bedrijven actief in de glas- en tuinbouwsector, plantveredeling, biotechnologie enz. hebben nood aan serres als onderzoeksruimtes.

Die onderzoekserres verschillen nogal van de klassieke productieserres. Waar de klassieke serres weinig maar grote afdelingen hebben, kennen de onderzoekserres meer, maar kleinere compartimenten. Ook de normering is anders. Voor de onderzoekserres gelden strenge normen en eisen op vlak van luchtdichtheid tussen de compartimenten onderling. Die zijn er ook voor veiligheid en hygiëne en voor het verhinderen van contaminatie vanuit en naar de omgeving. Dit komt door de onderzoeken met genetisch gemodificeerde planten, nieuwe plantenrassen, nieuwe gewasbeschermingsmiddelen, plantenziektes enz. Naargelang het type onderzoek of de sector zijn dan nog eens specifieke bijkomende regels van toepassing. Dat maakt van deze serres op maat gemaakte technische huzarenstukjes. Een terrein waar Deforche Construct zich bijzonder comfortabel op voelt.

Hieronder 3 zaken die we willen uitlichten als het op onderzoekserres aankomt.

Geen plaats op de grond? Dan maar op het dak

Plaatsgebrek op vele sites en terreinen dwingt de bouwheer vaak om creatief te zijn. Omdat onderzoekserres meestal een kleiner grondoppervlak hebben dan productieserres kan je die soms op het dak plaatsen. Andere types serres plaatsen al langer bovenop een gebouw in steden. Maar ook een dakserre voor onderzoek is voor Deforche Construct al lang geen unicum meer. Deze dakserres stellen wel bijkomende eisen. Waterdichtheid bijvoorbeeld. Die moet op een dak meer dan perfect zijn en is een heel ander gegeven dan bij een serre op de begane grond. De technische ruimte bevindt zich bij dakserres meestal op een ander niveau dan de serre, wat ook een speciale technische benadering vraagt.

Ook het bouwproces op een dak verloopt helemaal anders dan op de grond. Tijdens het plaatsen van de constructie moet je verticaal en dus ingewikkelder en tijdrovender transport doen. Ook het werkoppervlak is beperkter. Enkel wat je meteen kan monteren, hijs je naar boven. Dat maakt het allemaal arbeidsintensiever. Ook de samenwerking met de constructeur van het gebouw is intenser, omdat het hier om een specifieke bouwwijze gaat die eerder in millimeters dan in centimeters wordt uitgedrukt.

Klimaat en licht, belangrijk in een onderzoekscentrum

De lichttoetreding is in de erg gecompartimenteerde onderzoekserres kleiner dan in een klassieke productieserre. Assimilatiebelichting om de plantengroei te bevorderen is dus meestal een vereiste. Kunstlicht maakt ook meer verschillende onderzoeken mogelijk. Maar als we ’s morgens of ’s avonds dit licht niet binnenhouden met schermingstechnieken, dan zou een immense lichtvervuiling ontstaan die bepaalde vogelsoorten kan verwarren. In een onderzoekserre met vele hermetisch afgesloten compartimenten is het licht binnenhouden zonder lekken naar de omgeving een behoorlijke onderneming. Door onze ervaring en expertise in die schermingstechnieken zijn we gelukkig nog steeds een serreconstructeur in niet een constructeur van nachtelijke vuurtorens.

Onderzoekserres, altijd maatwerk

Meestal is élk compartiment in een onderzoekserre een aparte klimaatzone. Die zone is dan volledig onafhankelijk aan te sturen voor luchtramen, verwarming, assimilatiebelichting, luchtvochtigheid, temperatuur, irrigatie... Verschillende planten en onderzoeken vereisen nu éénmaal verschillende klimaten. Veelal moet je ook insecten binnenhouden voor onderzoek of net andere insecten buitenhouden om het lopende onderzoek niet te belemmeren.

Maatwerk voor dit soort serres gaat behoorlijk ver. Nemen we even het onderzoekscentrum van CropDesign in Nevele als voorbeeld. Het onderzoek op nieuwe plantenrassen verloopt hier nagenoeg helemaal geautomatiseerd. Iedere plant wordt vanop de plek waar hij groeit naar een onderzoeksruimte getransporteerd via loopbanden. In die ruimte wordt de plant vele malen gefotografeerd waarna gegevens als de ‘leaf area index’ (bladoppervlakte tov grondoppervlakte), lengte langste blad, planthoogte enzovoort automatisch verwerkt worden. Na de fotosessie keert de plant via dezelfde loopbanden weer naar zijn oorspronkelijke plaats. De serre functioneert op die manier autonoom, met een beperkte menselijke input.

Een ander verhaal is de onderzoekserre van Globachem waar onderzoek gebeurt naar gewasbeschermingsmiddelen. Hier moet men de afzonderlijke ruimtes in de serre volledig leeg kunnen maken om de ruimte makkelijk en grondig te kunnen ontsmetten en zo ziektekiemen te vernietigen. De kweektafels van dit onderzoekscentrum zijn op maat gemaakt en modulair opgebouwd zodat men ook het gewenste kweekoppervlak kan variëren tussen de proeven door.

Conclusie

Het spreekt voor zich dat onderzoekserres technische hoogstandjes zijn die nog maar erg weinig gemeenschappelijk hebben met de hobbyserre in de tuin. Die inherente complexiteit samenbrengen en een oplossing kunnen aanbieden vanuit één hand is meer en meer de focus van Deforche Construct.

Jan Akkermans
Auteur
Jan Akkermans
Technical Sales Support Engineer